Het kneden van het deeg:
- Doe alle droge ingrediënten in de kom van je machine, dus alle ingrediënten behalve de havermoutvlokken. Voeg 200 gram van het water toe en bewaar de overige 40 gram; die heb je zo nodig.
- Laat de machine op lage snelheid kneden tot al het water is opgenomen en het deeg samenkomt tot één geheel. Voeg daarna scheutje voor scheutje het resterende water toe en kneed verder tot een soepel, goed gekneed deeg.
Tip! Check met de vliesjestest of het deeg genoeg gekneed is: trek een klein stukje deeg voorzichtig tussen je vingers uit tot een dun, bijna doorzichtig vliesje. Scheurt dit niet meteen? Dan is het deeg klaar. Kneden duurt per machine anders; reken op ongeveer 10 tot 15 minuten. Het deeg blijft aan de plakkerige kant; dat is normaal.
Het deegstuk opbollen:
- Sla het deeg met je hand plat op de werkbank en rol het van boven naar onder op, zoals je een slaapzak oprolt. Draai het deeg een kwartslag, zodat de naad (de sluiting) boven ligt en het deeg in de lengte voor je ligt. Rol het nog een keer op dezelfde manier op.
- Zet je handen als een kommetje langs de zijkanten van het deeg en duw de randen steeds een stukje onder de bol. Zo trek je het oppervlak strak en ontstaat er een gladde bol met de naad aan de onderkant.
- Leg de bol met de naad naar onderen in de beslagkom. Leg er losjes een vel bubbeltjesfolie overheen (bobbeltjes richting het deeg, zodat het niet plakt) en laat rijzen tot het deeg ongeveer verdubbeld is in volume. Dit duurt meestal 50 tot 90 minuten, afhankelijk van de temperatuur in je keuken.
- Bestrooi je werkbank met wat bloem en stort het deeg erop. Bestrooi ook de bovenkant van het deeg met een beetje bloem.
- Rol het deeg met de deegroller uit tot een ronde cirkel van ongeveer 28 centimeter doorsnee.
- Leg er losjes wat bubbeltjesfolie over en laat 5 minuten rusten. Zo trekt het deeg minder terug wanneer je het straks verdeelt.
Het opdelen van het deegstuk:
- Verdeel de cirkel met een deegkrabber in 6 gelijke driehoeken, zoals je een pizza in punten snijdt.
- Strooi een laagje havermoutvlokken op de bodem van een schaal of kom. Maak een schone doek goed nat met water en leg die naast je. Bekleed ook de bakplaat met een vel bakpapier, zodat straks alles klaarligt.
De triangels decoreren:
- Pak een triangel en druk de bovenkant (de kant die nu zichtbaar is) even ondersteboven op de natte doek, zodat die kant vochtig wordt. Druk deze vochtige kant vervolgens in de havermoutvlokken, zodat de vlokken blijven plakken. Keer de triangel weer om, met de vlokken naar boven, en leg hem op de beklede bakplaat.
- Herhaal dit met de overige 5 triangels. Laat voldoende ruimte tussen de broodjes, want ze worden tijdens het narijzen nog groter.
De narijs van de triangels:
- Laat de triangels narijzen tot ze duidelijk groter zijn geworden. Twijfel je of ze klaar zijn? Duw voorzichtig met je vingertop in het deeg. Blijft er een kuiltje staan dat langzaam voor een klein deel weer terugkomt? Dan zijn ze goed gerezen. Dit duurt meestal 50 minuten tot 1,5 uur.
- Verwarm ondertussen de oven voor op 220 graden (boven- en onderwarmte). Zet ook een deSh-stoombakje onderin de oven, zodat het gelijk met de oven kan opwarmen.
Tip! Begin op tijd met voorverwarmen: het stoombakje moet goed heet worden voordat het voldoende stoom kan afgeven, dus reken op wat extra tijd.
Het bakken van de triangels:
- Schuif de bakplaat op de laagste stand van de oven. Bak de triangels 15 minuten op 220 graden.
- Zet na 15 minuten de ovendeur op een kier, zodat hij net iets openstaat, en bak nog 5 minuten verder. Zo kan het overtollige vocht ontsnappen en bakken de triangels mooi droog. De totale baktijd komt hiermee op ongeveer 20 minuten.
- Haal de triangels los van de bakplaat en laat ze volledig afkoelen op een afkoelrooster. Ze zijn het lekkerst als ze nog een beetje lauwwarm zijn.
Tip! Je kunt de triangels ook invriezen. Wil je ze op een later moment eten? Bak ze dan nog 6 tot 8 minuten af op 180-200 graden.