Butterscotch is een zoete lekkernij op basis van bruine suiker en boter. Je vindt het als saus, als zacht snoepje en als smaakmaker in desserts. De oorsprong ligt in Engeland en de lekkernij wordt al sinds de negentiende eeuw gemaakt. Vaak gaan er ook room, vanille, stroop of een snufje zout bij. Die combinatie geeft butterscotch zijn herkenbare, karamelachtige smaak.

Waar smaakt butterscotch naar?

Butterscotch smaakt zoet, romig en een beetje boterachtig. Je proeft de bruine suiker die zorgt voor een warme, diepe smaak. Het lijkt op karamel, maar is zachter en romiger. Veel mensen vergelijken het met toffee of fudge. Denk aan karamel met boter en vanille, met op de achtergrond een lichte zoutsmaak. Heerlijk in desserts, koekjes of gewoon als snoepje.

Waar gebruik je butterscotch voor?

Wat is het verschil tussen butterscotch en karamel?

  Butterscotch Karamel
Suiker Bruine suiker Witte kristalsuiker
Boter Bevat altijd boter Boter wordt later toegevoegd of helemaal niet
Temperatuur Blijft onder de 150 graden en blijft hierdoor zachter Wordt heter verhit voor steviger structuur
Smaak Zachter, voller en meer naar boter Intenser en bitter

Het verschil proef je goed in een saus. Karamelsaus is vaak wat dunner en scherper van smaak, butterscotchsaus is dikker, romiger en voller.

Hoe wordt butterscotch gemaakt?

Butterscotch maak je door bruine suiker en boter samen te smelten. Vaak voeg je room, vanille en een snufje zout toe. Afhankelijk van hoe lang en hoe heet je het mengsel kookt, krijg je verschillende resultaten.

  • Een vloeibare saus ontstaat rond circa 110–118 graden.
  • Een zachte, taaie snoep ontstaat rond soft crack, ongeveer 135–145 graden.
  • Een iets stevigere variant ontstaat bij langer koken of een hogere temperatuur.

De bekendste vorm is de saus die je ziet op ijs, brownies en puddings. Harde butterscotchsnoepjes komen veel voor in Engeland.