Halve toeren
Bij het maken van bladerdeeg wordt in de bakkerswereld de term 'een halve toer' gebruikt. Het uitrollen en in vieren vouwen van deeg is 'een halve toer'. Het deeg daarna een kwart slag draaien en weer uitrollen en in vieren opvouwen is ook een halve toer. In totaal zijn er zes halve toeren in het hele proces. In Frankrijk heet dit deeg mille-feuille (duizend laagjes). Als je alle laagjes aan het eind zou tellen, zijn het duizenden laagjes deeg. Echter is er geen reden voor paniek, want in dit recept leggen we je alles stap voor stap uit en wordt er geen bakkers-taal gebruikt.
Waarom het deeg tussendoor moet rusten
Tussen de toeren door moet het deeg steeds 60 minuten rusten in de koelkast. Tijdens het vouwen en uitrollen wordt het gluten in het deeg steeds strakker, waardoor het deeg elastisch en lastig uit te rollen wordt. Door het deeg te laten rusten, ontspant het gluten weer en de boter wordt weer koud en stevig, zodat je de volgende toer zonder scheuren kunt uitvoeren.
Waarom de boter niet te zacht mag zijn
Blijft de boter tijdens het vouwen te zacht, dan mengt deze zich met het deeg in plaats van er dunne, aparte laagjes van te vormen. Juist die aparte laagjes boter en deeg zorgen er tijdens het bakken voor dat het bladerdeeg opbladert. Werk daarom liever in een koele keuken en laat het deeg op tijd terugkoelen als de boter te week wordt.
Het bewaren van bladerdeeg
De kans is groot dat er wat bladerdeeg overblijft., of misschien wil je het deeg juist alvast maken voor later gebruik. Je kunt bladerdeeg prima in plasticfolie verpakken en zodoende in de vriezer bewaren. Van overgebleven bladerdeeg, kun je trouwens ook vrij eenvoudig heerlijke krakelingen maken.
Jouw beoordeling helpt de volgende bakker!
Heb je zelf bladerdeeg gemaakt met dit recept? We horen graag via een sterrenbeoordeling hoe het is gelukt. Waar je het deeg uiteindelijk voor hebt gebruikt, zien we ook graag terug in je Insta Story met de tag @baktotaal.